Techniek en juiste handelingen

(1)




Skileraar Rudy Gouy vertelt over de verschillende disciplines van het langlaufen en de bijzonderheden van elke discipline. 

Rudy, vertel eens over de verschillende soorten "langlaufen" die we kunnen beoefenen...

Er zijn drie soorten: klassieke stijl, vrije stijl en cross-country. Bij de klassieke stijl zet de skiër zijn ski's in de twee groeven op de piste zijn en zet zijn ski's een voor een naar voren. De beweging die hij maakt lijkt op die van iemand die loopt. Bij de vrije stijl komt de skiër vooruit door de zogeheten "schaatspas". Hij zet zijn ski's op de gladde piste en zet af, maakt een glijbeweging op de ene ski en daarna op de andere waarbij de ski's een V vormen. Hij gebruikt hierbij zijn stok bij iedere eerste of iedere tweede afzet. De derde variant is het cross-country skiën. Dit gebeurt buiten de pistes van de noordse domeinen. Met deze variant kun ben je in de vrije natuur en zie je veel uitgestrekte sneeuwvlaktes om je heen.

Wat zijn de bijzonderheden van elke discipline?

Bij de klassieke stijl gebruikt de skiër langere ski's en kortere stokken dan bij de vrije stijl en de ski's hebben geen metalen zijkanten. De ski's voor klassieke stijl hebben schubben of zijn voorzien van een laag afzetwax om te voorkomen dat men wegglijdt. Bovendien zijn de schoenen vrij laag en hebben ze een soepele zool zodat de tenen kunnen worden gestrekt. De afzet wordt hierdoor beter.

De ski's voor de vrije stijl hebben geen metalen randen en zijn korter. De stokken zijn langer. Om de schaatspas goed te kunnen maken wordt het belag van de ski's voorzien van een laag glijwax. Dankzij de schaatspas glijdt de skiër niet weg als hij een heuvel op moet. Er is dus geen afzetwax nodig. De schoenen hebben een hogere schacht, waardoor de enkel stabiel blijft.

Voor het cross-country skiën, ten slotte, zijn wat bredere ski's (50mm) nodig om in diepe sneeuw goed vooruit te komen. Het belag van de ski's heeft metalen randen en is soms voorzien van schubben of van stijgvellen (zoals bij het alpineski's) om te voorkomen dat de skiër wegglijdt op de helling. 

Wat zijn ten slotte de juiste handelingen en reflexen die je moet kennen?

Lastig te beschrijven: de alternatieve pas voor egaal terrein of de alternatieve pas voor het stijgen bij de klassieke stijl of de schaatspas in twee delen of in twee delen gecombineerd voor de vrije stijl. Het beste reflex is het gewoon doen! Maar voordat u dat doet raad ik u aan een aantal skilessen te nemen onder leiding van een gediplomeerde leraar.

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Vote
NAAR BOVEN