Veiligheid : de sneeuw lezen

(3)

In de winter en in de lente verandert de sneeuw door de zon en de wind. De sneeuwlagen veranderen. Om veilig verder te komen moet u de sneeuw kunnen lezen. De berggidsen geven u de informatie die u nodig heeft.

De wind en de sneeuwophoping

Tijdens een sneeuwbui en op de dagen erna wordt de sneeuw door de wind verplaatst. De sneeuw hoopt zich steeds op aan de lijzijde (en niet aan de andere kant, de loefzijde), op toppen en bergkammen, maar ook op hellingen waar stenen liggen of waar het terrein oneffen is.

Kijk goed om u heen: er zijn kleine dingen waaraan u kunt zien waar de wind vandaan komt, kunt afleiden waar de sneeuwhopen zijn en waar de sneeuw in lager gelegen gebieden instabiel is.

De ophoping van de sneeuw is een van de indicaties. Op de bovenste sneeuwlaag vormen zich luchtbelletjes. Ze vormen grote of kleine plooien in de sneeuw. Dat is de loefzijde.

Een andere indicatie: de bomen onder de bergtop. Ze vechten tegen de natuur om te overleven. De naaldbomen passen zich perfect aan en buigen in de richting van de wind. De takken aan de loefzijde sterven af. De kant waar de boom horizontale takken dichtbij de grond gaat vormen is de lijzijde.

Op elke bergkam kan zich een sneeuwhoop hebben gevormd, die hoog of laag kan zijn en iets overhelt. Het is er erg gevaarlijk. Kies bij het wandelen langs de bergkam altijd de kant waar weinig sneeuw ligt. Blijf te allen tijde uit de buurt van de sneeuwhoop. Ze hangen bijna altijd flink over.

De luchtbellen

De lage bergen (gemiddeld 1800m hoogte) zijn te herkennen aan de aanwezigheid van boompjes (wilgen, elsen...) die ombuigen en vanaf de eerste sneeuwval tot het einde van het seizoen onder de sneeuw verdwijnen.

De boompjes kunnen volledig onder de sneeuw verdwijnen. Hierdoor ontstaan bulten in de sneeuw. Soms steken er nog takjes of sprietjes boven de sneeuw uit. Ga er altijd met een ruime boog omheen en voorkom dat u vast komt te zitten in de luchtbellen die hun takken hebben gevormd.

Zelfs als de stenen onder de sneeuw liggen, weerkaatsen ze het zonlicht. Hierdoor smelt de sneeuw bijna tot op de grond en zo ontstaat een holte om de steen. U kunt hierdoor worden verrast en ten val komen. Ga daarom ruim om de stenen heen. De meeste stenen worden verraden door een bult of de karakteristieke crust.

De crust

In rotsachtig gebied (puin, morene...) zijn over het algemeen niet alle stenen met sneeuw bedekt. De wandelaar moet zich ervan bewust zijn dat een holte, die soms erg diep is, bedekt kan zijn met een min of meer stevige crust. Indien het weer meerdere dagen achter elkaar erg koud is geweest, dan kan men er vanuit gaan dat de crust stabiel genoeg is.

Hoe het ook zij: u kunt beter uit de buurt blijven als u denkt dat er crust is. En als er geen alternatief is: prik dan met de stok en steek langzaam één voor één over. Loop lichtvoetig!   

Logo berggidsen De berggidsen zijn opgeleid in het herkennen van belangrijke risico's. Tijdens elke wandeling zullen zij u voorzien van informatie over hun analyses en hun gedachtegang om hun route of einddoel te wijzigen. U zult leren te allen tijde voorzichtig te zijn.

Meer informatie over sneeuw en lawines vindt u op www.anena.org.

 

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Vote
NAAR BOVEN